Heat Stroke

Wel  eens de temperatuur opgenomen van een kikker? Waarschijnlijk niet. Je zult trouwens verrast zijn.  De thermometer zou op een koude dag iets heel anders aangeven dan op een zomerse dag in Juli. Kikkers zijn namelijk, net als hagedissen, slangen, vissen, krokodillen en nog veel meer dieren  niet in staat om hun lichaamstemperatuur constant te houden. Hoe kouder het is, hoe lager hun temperatuur. En hoe lager de lichaamstemperatuur, hoe minder actief ze zijn. In de winter is de temperatuur van deze koudbloedige dieren zo laag geworden dat ze maar in winterslaap gaan. Wachten tot het voorjaar ze weer opwarmt.

20160156aed7b65aa3e.jpgZoogdieren hebben het beter voor elkaar.  Of het nu warm of koud is, de lichaamstemperatuur van deze warmbloedige dieren is constant ergens rond de 38 graden.  Zelfs als het in de winter streng vriest zullen herten, konijnen, vossen, mollen, eekhoorntjes, spitsmuizen,  en noem maar op dezelfde temperatuur hebben als in de zomer. Handig, kunnen ze ook actief zijn als het koud is.

Met warmte hebben warmbloedige dieren overigens meer moeite. Transpireren is een manier om wat warmte kwijt te raken, maar erg effectief is dat niet. Met een behaarde huid gaat dat bovendien lastig. Het gevolg is dat wanneer het erg warm is, de lichaamstemperatuur kan gaan stijgen. En als de lichaamstemperatuur te hoog wordt kan er ernstige schade aan het lichaam ontstaan. In de Verenigde Staten zijn de afgelopen 10 jaar 500 kinderen overleden aan “Heat Stroke”. Bijna allemaal in afgesloten auto’s. Hoeveel huisdieren het leven gelaten hebben in een auto in de zon weet ik niet, maar ik vermoed dat het een veelvoud hiervan is. En laat je niet wijsmaken dat een raampje open laten helpt!

Cris van der Meiden

Teken des tijds

Als je last hebt van hooikoorts is het handig om regelmatig de website allergieradar.nl te raadplegen. Hier wordt voorspeld of je op een bepaalde dag extra rekening moet houden met niezen, tranende ogen en andere ongemakken die met deze kwaal gepaard gaan. Ga je op reis, dan vertelt filemeldingen.nl  waar de files en wegwerkzaamheden voor vertraging kunnen zorgen. Of de paraplu mee moet staat weer op buienradar.nl. Wat is het toch geweldig om in het internettijdperk te leven. Allerlei nuttige informatie gemakkelijk beschikbaar op je tablet of telefoon.

Wist je trouwens dat er ook een website bestaat die tekenradar.nl heet? Hier word je geïnformeerd over de activiteit van de teken in een bepaald gebied en word je gewaarschuwd voor de vervelende gevolgen van een beet van deze  parasiet die zich in ons land steeds beter thuis lijkt te voelen. En met het oplopen van de temperatuur neemt de activiteit van teken flink toe..

 In Nederland hebben we voornamelijk te maken met de schapenteek. Een misleidende naam overigens want Ixodes ricinus, zoals de zondagse naam van deze parasiet luidt, leeft van bloed van allerlei verschillende dieren inclusief mensen. Deze kleine, spinachtige, beestjes zitten op planten en struiken te wachten tot er een gastheer langskomt. Eenmaal op de gastheer bijten ze zich vast in de huid om zich vervolgens vol te zuigen met bloed. Een vies gezicht, zeker, maar het gevaar schuilt ergens anders. Teken zijn soms besmet met een bacterie de die bij mensen de ziekte van Lyme kan veroorzaken. Een rode ring rondom de plek waaticks-on-dogsr de teek gezeten heeft, soms pas weken na de beet, is vaak het eerste symptoom. En het is zeker een reden om je huisarts te bezoeken.  

Teken bij honden kunnen vanwege de beharing soms lang onopgemerkt blijven. En dat is best vervelend, want ook bij honden kunnen ze vervelende ziekten overbrengen. Gelukkig hebben we tegenwoordig efficiënte middelen om teken op onze viervoeters te bestrijden.

Jaarlijks is er nationale ‘week van de teek’. In deze week wordt vanuit diverse hoeken aandacht gevraagd worden voor de gevaren van teken voor mens en dier. Meer informatie vind je op de website  week van de teek.nl. Maar je kunt natuurlijk ook even een bezoekje brengen aan Dierenkliniek Van der Meiden aan de Kerkstraat in Nijverdal. De paraveterinairen en dierenartsen zijn graag bereid je vragen te beantwoorden.

Cris van der Meiden

Dierenkliniek Van der Meiden, Nijverdal

Nieuw echo apparaat

Sinds juni 2015 werken we met een echo apparaat van het merk Mindray.  Het wordt met succes gebruikt voor het opsporen van afwijkingen in de buikholte. Denk hierbij  bijvoorbeeld aan afwijkingen in de blaas (stenen, poliepen of tumoren), de lever, de milt en de nieren. Verder kunnen we vanaf de 24e dag hiermee vaststellen of een hond of kat drachtig is. Dit echo systeem bevat de nieuwste techniek die garant staat voor een uitstekende beeldkwaliteit en daarmee hoogwaardige diagnostiek.

“Titeren”

Vaccineren is een manier om mensen en dieren te beschermen tegen infectieziekten. Als reactie op een inenting zullen namelijk antistoffen gemaakt worden die bescherming bieden tegen het betreffende virus of de bacterie. Hoe lang die bescherming aanhoudt verschilt. Fabrikanten van vaccins geven daarom aan wanneer de vaccinatie herhaald moet worden. En dat kan variëren van één tot drie jaar.

Het is soms ook mogelijk om via een bloedonderzoek vast te stellen of er voldoende bescherming is. We meten dan de hoeveelheid antistoffen tegen een bepaalde ziekte. Dit wordt de titer genoemd en het onderzoek heet daarom de titerbepaling. Eigenlijk zou na een vaccinatie altijd vastgesteld moeten worden of er voldoende antistoffen gemaakt zijn. De respons kan namelijk individueel sterk verschillen. Als een dier bijvoorbeeld een ziekte onder de leden heeft dan kan het  zijn dat er onvoldoende antistoffen aangemaakt worden. Reden waarom dierenartsen  altijd eerst een lichamelijk onderzoek doen, voordat de vaccinatie wordt toegediend.

De laatste jaren is er sprake van een groep huisdiereigenaren die niet volgens het schema van de fabrikant wil vaccineren, maar met een titerbepaling vast wil stellen of het wel nodig is. De gedachte daarachter is dat vaccineren schadelijk zou kunnen zijn en dus alleen gedaan zou moeten worden wanneer er onvoldoende bescherming is. Ik ga nu even niet in op de vraag of dat laatste het geval is, maar op zichzelf is het natuurlijk geen slecht idee. Want waarom zou je vaccineren als het niet nodig is? Als je met behulp van een titerbepaling vast kunt stellen tegen welke ziekten de bescherming onvoldoende is, dan kun je ‘op maat’ gaan vaccineren. Er is inmiddels een nieuwe term ontstaan onder hondeneigenaren: “titeren”.  En daarmee wordt bedoeld het bepalen van de hoeveelheid antistoffen in het bloed van een hond of kat tegen een bepaalde ziekte.

De vraag is echter hoe betrouwbaar dat “titeren” is. Het antwoord daarop verschilt per ziekte.
Uit onderzoek is gebleken dat er een duidelijk verband is tussen de antistoftiter en de mate van bescherming tegen ziekte van Carré (hondeziekte), Parvovirose, infectieuze hepatitis (besmettelijke leverontsteking) en hondsdolheid. Heeft een hond voldoende antistoffen tegen een van deze ziektes, dan kun je er vanuit gaan dat er ook een goede bescherming is. Hoe lang die bescherming nog aanhoudt weten we overigens niet. Dat kan op basis van de titer niet voorspeld worden.

Voor Leptospirose (Ziekte van Weil) ligt het wat anders. Een jaar na vaccinatie, en vaak zelfs al eerder, zijn er geen antistoffen tegen deze bacteriën meer in het bloed aantoonbaar. Titeren voor deze ziekte heeft dus geen zin.
Honden besmetten zich met leptospirose door contact met urine van andere dieren. Ratten zijn in dit verband berucht, maar ook in de urine van andere zoogdieren als muizen, koeien en paarden kan de bacterie voorkomen. Gezien het hoge infectierisico in ons (waterrijke) land en de beperkte duur van de bescherming is jaarlijkse vaccinatie tegen leptospirose voor alle honden van groot belang! 

Ook voor kennelhoest geldt dat het bepalen van antistoffen geen zin heeft. Wil je je hond hiertegen beschermen dan moet hij jaarlijks ingeënt worden. Titeren om vast te stellen of een hond nog voldoende bescherming heeft tegen kennelhoest is niet mogelijk.

Concluderend kunnen we stellen dat het voor een aantal ziekten bij honden mogelijk is om via een bloedonderzoek vast te stellen of een herhaling van de vaccinatie noodzakelijk is.  Jaarlijkse vaccinatie tegen leptospirose is echter altijd nodig.

Laat je niks wijsmaken!

In de top drie van medische ontdekkingen staat zonder twijfel het vaccineren of inenten. Het principe is eenvoudig: neem de verwekker van een besmettelijke ziekte, maak hem onschadelijk maar niet helemaal stuk en spuit hem in bij een mens of een dier. Als reactie zullen er antistoffen gevormd worden die er voor zorgen dat de bacterie of het virus het gevaccineerde dier niet meer ziek kan maken.

Zo eenvoudig als het principe is, zo ingewikkeld is de uitvoering. Vele jaren van onderzoek, ontelbare experimenten en heel veel geld zijn nodig voor het ontwikkelen van een vaccin dat effectief en veilig is. 

Wat wel weer eenvoudig is, is het beredeneren dat vaccineren, overbodig, eigenlijk slecht is en dat je dat dus ook niet moet doen: “Je moet wel gek zijn om iets wat gezonde mensen ziek maakt in te gaan spuiten bij je kind”, hoorde ik een tijdje geleden een “antivaccinatiemoeder” bij Jeroen Pauw aan tafel beweren. “Zo hou je de ziekte juist in stand”. Tsja, dat al die artsen en wetenschappers daar nou niet aan gedacht hebben.

In de diergeneeskunde komen we het ook regelmatig tegen, eigenaren van een hond of kat die, om wat voor reden dan ook, hun huisdier niet in laten enten.  Soms omdat getwijfeld wordt aan de noodzaak, soms uit zuinigheid maar ook regelmatig omdat het simpelweg vergeten wordt. Bijvoorbeeld de hond Balou.

Balou was een 4 maanden oude pup die bij ons kwam vanwege aanhoudend braken en diarree. En Balou voelde zich ziek, heel erg ziek. Na ruim een week gevochten te hebben voor zijn leven is Balou dood gegaan. Dood gegaan aan leptospirose. En weet je wat dit geval extra treurig maakt? Balou had helemaal geen leptospirose hoeven krijgen! Het is één van de ziektes waar we een effectief vaccin tegen hebben. Net als tegen parvo, distemper en nog een paar andere, vaak dodelijke, infectieziekten bij honden.

Laatst las ik dat er nog maar één land in de wereld is waar nog poliomyelitis, een ernstige hersenziekte bij mensen, voorkomt. En de verwachting is dat binnen enkele jaren polio volledig uitgebannen zal zijn uit de wereld. En weet je hoe dat geweldige resultaat bereikt is? Juist. Door een jarenlang wereldwijd vaccinatieprogramma.

Voor leptospirose en vele andere infectieziekten bij honden en katten is dat moment nog heel ver weg. Maar gelukkig beschikken we over effectieve en veilige vaccins waarmee we onze huisdieren kunnen beschermen tegen deze ziekten. Laat je niks wijsmaken.  Overleg met je dierenarts over het vaccinatieschema dat voor jouw hond of kat het meest geschikt is. 

Cris van der Meiden

 

 

Bravecto onveilig?

bravecto_products-1170x563De afgelopen tijd duiken er op de sociale media af en toe waarschuwingen op voor het gebruik van het antivlooienmiddel Bravecto®. Het consumentenprogramma Radar heeft er afgelopen week aandacht aan geschonken. Bravecto zou een onveilig middel zijn en er zouden inmiddels zelfs al honden aan zijn overleden. De herkomst van deze berichten is onduidelijk, maar ze zorgen wel voor veel ongerustheid bij hondeneigenaren. Begrijpelijk. Bravecto® is een antivlooienmiddel dat veel gebruikt wordt en de veiligheid dient natuurlijk voorop te staan.

Fluranaler, de werkzame stof in Bravecto® is, zoals alle geregistreerde diergeneesmiddelen in ons land, uitgebreid onderzocht voordat het is toegelaten op de Nederlandse markt.  De mogelijke bijwerkingen van het middel zijn vermeld op de bijsluiter. Deze meldt dat bij enkele honden “lichte en kortdurende diarree, braken, gebrek aan eetlust en kwijlen” werd gezien.  De frequentie van voorkomen van deze bijwerkingen wordt door de FDA, het Amerikaans Geneesmiddelenagentschap, beschreven als “zeldzaam”. In geen van de wetenschappelijk experimenten is iets gebleken van de ernstige bijwerkingen die op dit moment op internet en in de sociale media, de ronde doen. Alle gemelde bijwerkingen zijn mild en van voorbijgaande aard.

Dit, samen met de onduidelijke en oncontroleerbare herkomst van deze verhalen, maakt dat ze in onze ogen niet serieus te nemen zijn en als misleidende informatie dienen te worden beschouwd. Het leidt tot onnodige bezorgdheid bij eigenaren van honden en katten. Bravecto® is een efficiënt en veilig middel tegen vlooien en teken bij de hond en de kat dat wij zullen blijven voorschrijven. Voor meer informatie kunt u kijken op www.bravectofacts.com.

Cris van der Meiden

Sinterklaas kapoentje

Van de vele sinterklaasliedjes die in de decembertijd weer ten gehore gebracht worden is ‘Sinterklaas Kapoentje’ een klassieker te noemen. Het lied spoort de goedheiligman aan om iets in de schoen van de zanger te doen. Maar heb je je zich wel eens afgevraagd wat een ‘kapoen’ eigenlijk is? Je zult verrast zijn. Een kapoen is namelijk een gecastreerde haan.

sinterklaas-kapoentje-2De reden om hanen te castreren of te ‘lubben’ zoals dat genoemd werd, was dat het vlees malser werd. De namen Lubbers en van der Lubbe herinneren nog aan dat oude ambacht. In ons land worden hanen al lang niet meer gecastreerd, maar dat geldt niet voor andere dieren.

Hengsten bijvoorbeeld worden door castratie handelbaarder, wat natuurlijk handig is als je erop wilt rijden, en mannelijke biggen worden ‘gesneden’ vanwege de berengeur die het vlees anders zou krijgen. De reden om een reu te castreren heeft vaak te maken met dominantie of met de onhebbelijkheid om bij iedere boom zijn poot op te tillen, waarbij ook tafelpoten niet ontzien worden. En omdat loslopende katers oorzaak zijn van veel ongewenste nestjes laten we ze op jonge leeftijd ‘helpen’. Bijzonder dat ‘helpen’. Wie er door deze ingreep ook geholpen wordt, de kater zeker niet!

Maar wat heeft een kapoen nu eigenlijk met Sinterklaas te maken?
Sommigen zijn van mening dat het verwijst naar de 19e-eeuwse stripfiguur Klaas Kapoen. Anderen zien een verwijzing naar de celibataire levenswijze van bisschoppen. Ik vind het allemaal een beetje ver gezocht. Volgens mij is de werkelijke reden veel eenvoudiger: kapoentje rijmt gewoon perfect op ‘schoentje’.

Cris van der Meiden

Nieuw vaccin tegen VHD bij konijnen beschikbaar.

Dodelijke virusziekte bij konijnen

De laatste tijd komen er uit verschillende delen van ons land verontrustende berichten over plotselinge sterfte onder konijnen. Onderzoek door de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht heeft  aangetoond dat de oorzaak een besmettelijke ziekte is die VHD genoemd wordt. Zowel tamme konijnen als hun in het wild levende soortgenoten zijn het slachtoffer.

Wat is VHD?

VHD staat voor Viral Hemorrhagic Disease en het wordt veroorzaakt door een virus, het RHD virus. Het virus verspreidt zich door direct contact, maar ook via voer, water, uitwerpselen en handen van verzorgers. Ook insecten kunnen een rol spelen bij het overbrengen van dit virus. Uitsluitend konijnen worden ziek. Er is dus geen gevaar voor andere dieren en voor mensen.

KonijnKonijnen met VHD kunnen benauwd zijn, en bloedingen vertonen, maar meestal verloopt de ziekte zo snel dat geen ziekteverschijnselen worden waargenomen. De konijnen worden plotseling dood gevonden. Een behandeling tegen VHD is niet mogelijk.

Vaccineren

Er bestaat een vaccin tegen VHD. Veel huiskonijnen worden jaarlijks gevaccineerd tegen deze ziekte, samen met vaccinatie tegen myxomatose, een andere konijnenziekte. Een probleem met de huidige uitbraak is dat het hier gaat om een variant van het VHD virus waar het gebruikelijke vaccin geen bescherming tegen biedt.

Nieuw vaccin beschermt tegen VHD2

Inmiddels hebben wij de beschikking over een vaccin dat wel bescherming biedt tegen deze nieuwe VHD variant. Eigenaren van konijnen worden dringend geadviseerd hun konijn niet alleen in te laten enten tegen myxomatose, maar ook tegen de nieuwe variant van VHD. Neem gerust contact met ons op als u meer informatie wilt.

Preventie

De nieuwe vaccinatie is niet 10% effectief. Preventieve maatregelen blijven dus belangrijk. Concreet betekent dat het volgende:

  • Voer niets waar mogelijk wilde konijnen bij zijn geweest. Denk daarbij vooral aan vers gras en groenten uit de tuin.
  • Was uw handen voor en na het verzorgen van uw konijn.
  • Blijf weg van veldjes waar veel wilde konijnen komen, of reinig en desinfecteer uw schoeisel grondig.
  • Houdt u uw konijnen buiten, neem dan maatregelen die ervoor zorgen dat er geen wilde konijnen bij de ren kunnen komen.

 

 

Prednison: een paardenmiddel?

Prednison is een medicijn dat door dierenartsen regelmatig wordt voorgeschreven. Het is beroemd om zijn effectiviteit, berucht vanwege de bijwerkingen en vaak onderwerp van discussie

Prednison behoort tot een groep van stoffen die corticosteroïden genoemd worden. Andere corticosteroïden zijn bijvoorbeeld dexamethason en triamcinolon. Het zijn synthetische varianten van het natuurlijke corticosteroïd cortisol, dat in de bijnieren gemaakt wordt.

Bij welke aandoeningen wordt prednison gebruikt?

Omdat prednison een sterke ontstekingsremmer is, wordt het regelmatig ingezet om ontsteking te bestrijden. Oorzalven bijvoorbeeld, die gebruikt worden bij ontsteking van de uitwendige gehoorgang, bevatten meestal ook een kleine hoeveelheid prednison of triamcinolon.
Prednison wordt ook vaak gebruikt om het immuunsysteem te onderdrukken. Dit kan nodig zijn bij diverse auto-immuunziekten. Voorbeelden zijn chronische bronchitis, gewrichtsontsteking, hersenvliesontsteking, bepaalde oogontstekingen en AIHA, een ziekte waarbij het immuunsysteem de rode bloedcellen beschadigt.

Hoe wordt prednison gebruikt? Prednison (1 van 1)

Prednison kan plaatselijk gebruikt worden in een zalf of een spray. Denk daarbij aan oorzalven, oogdruppels en crèmes voor toepassing op de huid. Prednison kan ook ingenomen worden, meestal in de vorm van tabletten. Tenslotte kan de prednison per injectie worden toegediend.

Wat zijn de bijwerkingen?

De meest in het oog springende bijwerking van prednison is veel drinken en plassen. Verder worden nogal wat dieren erg vraatzuchtig. Met name honden gaan onder invloed van prednison soms veel hijgen.

Bij dieren die langere tijd met prednison of een ander corticosteroïd behandeld worden kunnen vachtveranderingen optreden in de vorm van dunne beharing, kale plekken en soms pigmentvlekken. Iets anders wat op termijn nogal eens gezien wordt is een hangbuik. Verder zijn dieren die behandeld worden met prednison gevoeliger voor infecties, en ontstaat soms suikerziekte. Bij teven kan het optreden van de loopsheid stoppen.

Of er bijwerkingen optreden, wanneer dat gebeurt en hoe ernstig deze zijn is sterk afhankelijk van de dosering. Dierenartsen zullen voor dieren die langdurig met prednison behandeld moeten worden daarom altijd de laagste dosering opzoeken. En als het mogelijk is dan wordt de prednison niet dagelijks, maar bijvoorbeeld 1 maal per 48 uur gegeven.

Prednison is een waardevol medicijn!

Prednison heeft bij sommigen een slechte naam. Het zou een ‘paardenmiddel’ zijn dat alleen maar de symptomen bestrijdt, zonder iets te doen aan de oorzaak van de ziekte. Maar deze slechte naam is niet terecht. Prednison is een medicijn dat bij diverse aandoeningen van grote waarde is. Er zijn zelfs ziektes die zonder prednison helemaal niet behandeld zouden kunnen worden. Denk daarbij aan de lange lijst met auto-immuunziekten bij mensen en dieren. Vanwege de bijwerkingen zal de dierenarts altijd een zorgvuldige afweging maken en de laagste dosering opzoeken die nog voldoende effect heeft.

Prednison als middel tegen jeuk

Prednison wordt vaak ingezet om jeuk bij honden en katten te bestrijden. En soms is prednison helaas het enige dat werkt en wordt het voorgeschreven, ondanks de bijwerkingen. De wetenschap heeft echter niet stilgestaan en gelukkig is dit tegenwoordig niet zo vaak meer nodig als vroeger. Moderne geneesmiddelen als Apoquel® en Atopica® maken dat we steeds  minder vaak onze toevlucht hoeven te zoeken nemen tot prednison en aanverwante middelen.

 

 

Een knobbeltje in de huid is niet altijd onschuldig

Je ziet het regelmatig bij honden. Een knobbeltje in de huid. Vaak niet groter dan een of twee centimeter, meestal slechts een enkele maar ook wel op meerdere plaatsen tegelijk. Geruststellend wordt vaak gezegd: “hij zit los”, “de hond heeft er geen last van” of “hij wordt niet groter”. Maar wist u dat 20% van deze knobbeltje mastocytomen zijn?

Een simpel knobbeltje bultje onder de huid is niet altijd zo onschuldig als het lijkt.

Een simpel knobbeltje bultje onder de huid is niet altijd zo onschuldig als het lijkt.

En mastocytomen zijn geen onschuldige bultjes, maar kwaadaardige tumoren. Wat de oorzaak is weten we niet, maar met het toenemen van de leeftijd wordt de kans op ontstaan groter. Dit betekent overigens niet dat mastocytomen bij jongere dieren niet voorkomen. We zien ze op alle leeftijden. Ze komen ook bij alle rassen en kruisingen voor, maar het vaakst zien we ze bij boxers en labrador retrievers.

Het uiterlijk van mastocytomen kan nogal verschillen. Van een klein, beweeglijk en langzaam groeiend bultje dat soms maanden aanwezig is zonder dat het lijkt te veranderen, tot een snel groeiende dikte die gemakkelijk bloedt en ontstoken raakt. Sommige mastocytomen produceren een stof die histamine genoemd wordt, wat kan leiden tot maag-darm problemen in de vorm van braken en, soms bloederige,  diarree.

Of een bultje in de huid een mastocytoom is kun je aan de buitenkant niet zien. Ook dat loszittende knobbeltje dat al maanden aanwezig is en waar de hond geen last van heeft kan een gevaarlijk mastocytoom zijn. De enige manier om dit vast te stellen is histologisch onderzoek te laten doen door een patholoog.

Negeer nooit een schijnbaar onschuldig bultje onder de huid. Het kan een gevaarlijk mastocytoom zijn.

De behandeling bestaat uit chirurgische verwijdering. De tumor wordt daarbij, indien mogelijk, ruim verwijderd, dat wil zeggen met een marge van minstens 2,5 cm.
De vooruitzichten zijn afhankelijk van het type. Pathologen delen mastocytomen in variërend van graad 1 tot graad 3. De vooruitzichten zijn bij graad 1 het gunstigst. Tijdige en volledige verwijdering leidt bij 90% van de honden met dit type tot volledige genezing. Graad 3 mastocytomen zijn veel kwaadaardiger. Naast chirurgische verwijdering is chemotherapie en eventueel bestraling nodig om te voorkomen dat de hond binnen een jaar overlijdt.